arbeidsrecht en de werknemer

‘Tegen vergoeding’

Het eerste element van de omschrijving van het begrip ‘het ter beschikking stellen van ‘ arbeidskrachten’ is dat de terbeschikkingstelling ‘tegen vergoeding’ plaatsvindt, dus u dat de intermediair door de inlener wordt beloond voor zijn diensten. Van de kant van de intermediair gezien gaat het dan om een activiteit die leidt tot economisch voordeel.

Ook wanneer de inlener de intermediair producten of diensten levert waarop eerder korting wordt toegepast op de door de intermediair verschuldigde prijs, kan er al sprake zijn van het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Of de intermediair het oogmerk heeft om winst te behalen is niet van belang; zelfs het ter beschikking stellen van een werknemer waarbij alleen de arbeidskosten worden vergoed, valt in beginsel onder de reikwijdte van het vergoedingselement van de omschrijving.

Voortzetting

Om te kunnen spreken van de voortzetting van de arbeidsovereenkomst moet het gaan om arbeidsovereenkomsten die wat betreft inhoud en arbeidsvoorwaarden niet wezenlijk van elkaar verschillen. Zo bestaat er tussen de werkzaamheden als bemiddelaar en die als personeelsfunctionaris, zowel inhoudelijk als wat betreft de betaling, de plaats het verrichten van de werkzaamheden en de overige omstandigheden een zodanig verschil dat van een voortzetting van de oude arbeidsovereenkomst geen sprake is als een onderneming van de hand wordt gedaan is een voorbeeld waarbij strijdigheid wel aanwezig is?’

De werknemer is namelijk op grond van het Burgerlijk Wetboek beschermd daar waar sprake is van de overgang van een onderneming. Ook de voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd door een onderbreking van het werk door een van buiten komend onheil, zoals een orkaan, is niet acceptabel.

Door de wet aangegeven

Het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst door het verstrijken van de tijd die door de wet is aangeven waarvan in lid 1 van art. 7:667 Burgerlijk Wetboek sprake is, komt in ons huidige recht niet voor.

Door het gebruik aangegeven

lid 1 van art. 7:667 Burgerlijk Wetboek opent met de verwijzing naar het gebruik de mogelijkheid dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege kan eindigen zonder dat de werkgever en de werknemer dit uitdrukkelijk zijn overeengekomen. Bij ‘het gebruik’ zal het in eerste instantie gaan om het plaatselijk gebruik. Mocht dat geen uitkomst geven dan kan worden teruggevallen op het gebruik in de bedrijfstak of de beroeps-groep.

Onder het gebruik kan mogelijk vallen het eindigen van de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van een leeftijd waarop een aan die overeenkomst verbonden ouderdomspensioen ingaat. Zodra bij het gebruik leeftijd een rol speelt zal wel rekening moeten worden gehouden met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid.

Tussentijdse opzegging van de arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd overeengekomen. Het niet-voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste van een dergelijk beding of het niet-gelden van het beding voor beide partijen leidt tot nietigheid ervan. In de literatuur wordt verschillend gedacht over het antwoord op de vraag wat het rechtsgevolg is van een tussentijdse opzegging als dit niet is bedongen.

Zo wordt gesteld dat een arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd niet tussentijds kan worden opgezegd waarbij wordt gekozen voor een letterlijke uitleg van het bewuste artikellid. Dat betekent dat er dan sprake zou zijn van een vernietigbare opzegging. Daartegenover staat de opvatting dat een opzegging zonder een dergelijk beding niet vernietigbaar is, wat gebruikelijk is bij opzegverboden (zie art. 7:677 lid 5 BW) maar maakt dat de opzeggende partij schadeplichtig is. Voor dit laatste standpunt is veel te zeggen omdat ingeval er sprake zou zijn van vernietigbaarheid dit door de wetgever wel zou zijn aangegeven.

Niet alleen kan een tussentijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd schriftelijk worden overeengekomen. Ook de wet voorziet in tussentijdse beëindigingen. Zo kunnen na de dood van de werkgever zijn erfgenamen en de werknemer de arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd opzeggen (zie onderdeel Gevolgen). Ook kan de werknemer een arbeidsovereenkomst die is aangegaan voor langer dan vijf j aar of voor de duur van het leven na vijf jaar opzeggen (zie art. 7:684 lid 1 BW; zie 4.6.2 onderdeel Opzegging van langdurige arbeidsovereenkomsten).

Afbeeldingsresultaat voor rechtbank